Logo
 
Nederlands
reis door de VS PDF Print E-mail
zondag, 10 november 2019 22:35
 
Hallo iedereen,
 
Het is alweer anderhalve maand geleden dat ik een blog online heb gezet. Dat komt deels omdat het toevoegen van foto’s momenteel niet werkt, maar ook door reisjes sinds half september sinds dat we terugkwamen van Hawaii. Omdat ik slechts voor 10% op papier werk momenteel en pas op 1 december begin met de nieuwe voltijdbaan in Alabama, hadden we voldoende tijd om iets te ondernemen. Daar komt nog bij dat we op dit moment geen appartement huren, dus we zijn min of meer gedwongen te reizen, haha. De tocht is half september begonnen in Berkeley (Californië) en zal eindigen in Tuscaloosa, Alabama op 20 november, wanneer we het huurhuis in kunnen.
 
Het eerste deel van de reis is een autoreis binnen de VS. We zijn al eens in Sequoia National Park geweest, maar we hadden nog weinig gezien van het aangrenzende Kings Canyon National Park. Een mooie gelegenheid om dat nu wel te doen, en het is slechts een uurtje of 4 van waar we woonden! Naast de indrukwekkende valleien waren er schitterende kleine watervallen/stroompjes en een aantal grote dikke sequoiabomen te zien in Kings Canyon. Al wordt dit park minder bezocht dan Sequoia, toch is het zeker de moeite waard. Mijn echtgenote was nog nooit in Death Valley National Park geweest en ik had daar ook nog lang niet alles gezien tijdens een kort veldwerkje in 2016. Die volgende bestemming was op een erg hete dag met maximaal ca. 45 graden! Gelukkig is onze Ford Focus niet oververhit geraakt. Naast schitterend gekleurde gesteentes en vegetatieloze valleien (het is een woestijn), hebben onze teentjes ook het laagste punt van Noord Amerika betreden. Juist daar was het het heetst, in dit opgedroogde zoutmeer. Zonnebrillen waren echt een vereiste!
 
Diezelfde dag nog zijn we helemaal doorgereden naar Las Vegas in de staat Nevada. Bleek dat ik me een dagje vergist had met het boeken van een Airbnb appartement dus we zijn een nachtje extra in Vegas geweest met een totaal van drie nachten. Na een lange nacht was het de beurt aan Red Canyon Rock State Park: een mooi park met - heel verrassend - rode rotsen. Ondanks dat het een relatief klein natuurgebied is, was het zeker de moeite waard. Na een rustige dag wederom zij we in de avond naar een Cirque du Soleil show geweest, maar de volgende dag was het tijd om weer een staatspark te bekijken. Valley of Fire State Park is relatief afgelegen en heeft ook veel rode gesteentes. Mooie foto’s geschoten daar. Nadien was het tijd om naar een nieuwe staat te rijden.
 
Overnachten hebben we gedaan in een cultuurhistorische huis (Victoriaans) voor drie nachten achtereen in het zuidwesten van Utah. Een nacht later zijn we noordelijk Arizona in gereden om Upper Antelope Canyon aan te doen. Een diepe sleuf in zandsteen van enkele honderden meters lang en tientallen meters hoog trok veel toeristen, ondanks de veel te hoge prijs die de Navajo stam er voor vraagt. Mooi, dat wel. Op de terugweg zijn we nog even naar Horseshoe Bend gereden en gelopen. Hier maakt de Colorado rivier een enorme knik (driekwart cirkel) en een diepe kloof in het gesteente. De volgende dag zijn we dan toch echt in Utah op pad gegaan, te weten in Zion National Park, waar we in 2010 ook al eens geweest waren tijdens een koude winter. Erg druk voor wat je te zien krijgt overigens, al zijn enkele wandelingen spectaculair. Net als in 2010 zijn we een dag later naar Bryce Canyon National Park gereden. Toen lag er sneeuw en was een gedeelte onbegaanbaar, maar nu was wandelen overal mogelijk. Wat mij betreft was dit één van de hoogtepunten van de reis door de VS. Adembenemende uitzichten op voornamelijk rode pilaren afgewisseld met wandelingen tussen deze zogenaamde hoodoos van tientallen meters hoog maakten dit tot een belevenis. Maar Utah had veel meer te bieden. Verrassend leuk was Capitol Reef National Park de dag erop. Het heeft weinig met een koraalrif te maken, maar wel met drie gesteentelagen die het landschap kleur gaven alsmede de wijngaarden.
 
Voor even hebben we Utah achter ons gelaten om twee nachten te verblijven in westelijk Colorado dichtbij Utah. Inmiddels waren we zo moe van het reizen en de wandelingen in de hitte dat we een echte rustdag hebben genomen. Net zoals wielrenners in een lange tour dat doen, met het verschil dat wij een auto hebben ;). Erg erg goed gegeten bij de Indiër die eerste avond in Colorado trouwens. De volgende dag hebben we het op 15 minuten gelegen Colorado National Monument aangedaan! Berglandschappen en kronkelende bergwegen domineerden onze dag. Een enkele roofvogel en wilde schapen kwamen ook min of meer gedag zeggen. Terug naar Utah in de avond.
 
Canyonlands National Park stond op ons programma. Dit is het park om te bezoeken als je van vergezichten met kloven houdt. Ik vond met name de natuurlijke brug waarachter zich enorme kloven begaven een letterlijk en figuurlijk hoogtepunt van die dag. Natuurlijke  bruggen waren volop te zien de dag erop in Arches National Park. Dit bergachtige park bleek zelfs in eind september enorm populair te zijn en met recht. We kwamen pas later die dag aan bij Arches omdat we nog een aantal kloven hebben mogen zien in Dead Horse State Park, een park dat nogal vroeg dicht was de dag ervoor. Dit alles betekende dat we niet alles hebben kunnen doen in Arches. De ochtend daarop zijn we daarom aan de wandel geraakt naar de bekendste natuurlijke brug, de zogenaamde Delicate Arch. De lange wandeltocht was te doen en we hebben een aantal mooie foto’s kunnen schieten alvorens in de avond naar Salt Lake City te rijden in het noorden van Utah.
 
In deze stad zijn we drie nachten verbleven. Ten eerste om het natuurhistorisch museum te bezoeken, wat erg de moeite waard was omdat het erg interactief en goed opgezet was. Diezelfde dag nog zijn we naar de hoofdgebouwen van Mormonenland geweest en hebben zelfs een gratis rondleiding gehad. Een mormonentabernakel hadden we ook al eens gezien in Hawaii tijdens wederom een rondleiding. Het was vooral grijs in Salt Lake dus de dag erop was het wederom binnen blijven, en ditmaal hebben we entreegelden besteed aan een aquarium ten zuiden van Salt Lake. De volgende ochtend na de beroemde Olympic Oval (Winterspelen van 2002) rondgelopen te hebben, want schaatsen kon pas later op de dag, zijn we naar Idaho gereden....
 
Één van onze wensen was om naar Glacier National Park te gaan, maar een sneeuwstorm heeft dit verhinderd. Ook de dagen erna waren nog te veel wegen gesloten om het de reis naar het noorden van Montana reëel te maken. Een volgende keer wellicht. In plaats daarvan zijn we naar Yellowstone National Park gereden, een zeer goede vervanger en nog steeds mijn favoriete nationale park in de VS. Ditmaal hebben we wel de Grand Prismatic Spring, een enorm grote, vulkanisch aangedreven heetwaterpoel met velerlei kleuren, vanaf een heuvel gezien. Magisch! Eenmaal in de mooie Lamar vallei beland heb ik voor het eerst een zwarte beer (in de verte) gezien en later, nog verder weg, zelfs wolven die de bizonkuddes in de gaten hielden. De dag eindigde met sneeuw net zoals over een bergpas eerder die dag. Yellowstone stelt nooit teleur tot op heden. Op naar de volgende staat voor een rustdag met alleen rijden voor de boeg.
 
Montana is de volgende bestemming en wel het Mokashika State Park dichtbij Glendive. Het was heel rustig met enkele mooie uitzichten en hertjes! Later die dag reden we naar Theodore Roosevelt National Park in de staat North Dakota, een staat waar we beiden nog nooit geweest waren. Mooi park op een zonnige herfstdag met vergezichten, bizons, wilde paarden en de kleine maar o zo talrijke prairiehonden. Nog diezelfde dag zijn we in South Dakota beland, want daar is zoveel te zien. Dat was pas nadat we een cirkeltje hadden gelopen rondom Devil’s Tower in Wyoming. Deze vulkanische berg was en is van groot spiritueel belang voor de indianen, maar kan ook gewoon door iedereen bezocht worden (en beklommen indien gewenst). Ander opvallend feit: herten en eekhoorns daar zijn niet schuw.
 
South Dakota heeft veel te bieden en we hebben nog niet eens alles kunnen zien want een tweetal bekende grotten was gesloten. Toch hebben we ons vier dagen kunnen vermaken! De eerste dag was het tijd voor het kleine maar erg volle Black Hills Institute Museum, waar we ons een halve dag vergaapten aan alle fossielen. De rest van de dag was het goed vertoeven bij Mount Rushmore, waar de hoofden van vier voormalige, belangrijke Amerikaanse presidenten uitgehouwen zijn in een grote berg. Badlands National Park was de volgende dag aan de beurt. Veel klei-kalk heuvels, enkele bizons en wilde schapen lieten zich aan ons zien. Fraai park. De derde dag zat ook al snel vol. De Mammoth Site, waar Cristina lang geleden voor zes weken heeft gewerkt in de zomer, toonde nog steeds veel botten van vooral en uiteraard mammoeten. Een collega, die ook in Florida heeft gewerkt, heeft ons zelfs een privérondleiding gegeven achter de schermen. Custer State Park, waar normaal gesproken meer dan duizend bizons rondlopen, was de volgende halte. De bizons waren bijna allemaal gevangen voor een telling en preventief afschieten, maar rondom de schemering telden we wel meer dan 60 herten! Sommigen staken zelfs over, maar onze remmen werkten prima. Een tochtje over de bergpas met steile pieken maakte dit etmaal tot een uitzonderlijke dag. De laatste dag in South Dakota was anders dan iedere andere dag van deze reis. Geen nationaal park, geen staatspark, geen museum en zeker geen dag rust. We zijn op veldwerk geweest met mijn collega Jamie Brezina op zoek naar fossiele kreeftachtigen in zogenaamde methaan seeps op de vroegere zeebodem van ca. 75 miljoen jaar oud. Ik heb naar kreeftachtigen van dit soort kalkgesteentes al eerder onderzoek gedaan, maar ik heb nog nooit de mogelijkheid gehad om er zelf in te zoeken. We hebben op deze bijzondere dag tientallen fossiele kreeftachtigen gevonden met ons drieën. Noodgedwongen zijn we de volgende dag vroeg vertrokken naar de volgende staat.
 
Zo zijn we voor een sneeuwstorm uit gereden naar Cottage Grove in de staat Minnesota. Daar woont namelijk de zus, zwager en kleine neefjes van Cristina: Britta, Sean en de jongetjes Oliver en Simon. Die hebben we bezocht in de dagen erna. Dat stond al op het programma en het was goed om ze weer eens gezien te hebben. Ik zie mijn Nederlandse familie namelijk ongeveer net zo vaak of misschien zelfs ietsje meer dan dat Cristina haar familie ziet (eens per jaar). Onderweg naar Minnesota nog even gestopt bij Wal-drug en het Cornpalace. Een van de dagen in Minnesota heeft Cristina me meegenomen naar Carleton College, een erg hoog aangeschreven college waar ze haar bachelordiploma heeft gehaald. De andere dagen zijn we vooral binnen verbleven om met de familie te spenderen, uit te rusten, een internationale reis te plannen (jaja!) en om te werken in mijn geval net zoals af en toe mogelijk was gedurende de reis door de VS. In de volgende blog meer over de spannende internationale reis.
 
Later hoop ik foto’s in deze blog te plaatsen, wanneer deze functie weer werkt.
 
Doei,
Adiël
 
Laatst aangepast op zondag, 10 november 2019 22:42
 

Voeg jouw reactie toe

Jouw naam:
Jouw email:
Onderwerp:
Reactie:
  Het woord ter verificatie. Alleen kleine letters en geen spaties.
Woord verificatie: